INLEIDING IVA Opleiding & Training verzorgt sinds 2000 de opleiding tot arbeidsdeskundige. Een opleiding die is erkend door Hobéon/SKO, het instituut dat de certificering van arbeidsdeskundigen verzorgt. Daarnaast hebben wij een uitgebreid pakket van na- en bijscholingen voor arbeidsdeskundigen en alle andere functionarissen die beroepsmatig met arbeidsongeschiktheid en re-integratie in aanraking komen. Het professionaliseren van arbeidsdeskundigen is echter onze hoofdactiviteit. De kennis en vaardigheden van de arbeidsdeskundige liggen op het terrein van het beoordelen van de arbeidsbelasting. Op basis van deze beoordeling worden de gevolgen van ziekte of gebrek van een individu (belanghebbende) vastgesteld (claim- of schadebeoordeling) of het effect van deze gevolgen op het maatschappelijk functioneren van het individu geminimaliseerd (re-integratie). Het beoordelen van de gevolgen van ziekte of gebrek vindt plaats onder de randvoorwaarden die de wetgever stelt en/of de voorwaarden waaronder een individu zich heeft verzekerd bij een maatschappij. Ook het minimaliseren van de gevolgen van arbeidsongeschiktheid kent zijn wettelijke en financiële randvoorwaarden. Daarnaast speelt een rol of een oplossing gezocht wordt binnen het eigen bedrijf dan wel binnen de maatschappij (bemiddeling). Voor de uitoefening van het beroep is de relatie met de medische discipline van groot belang. Deze dient immers de psychische en/of fysieke belastbaarheid van belanghebbende aan te geven. Daarnaast zijn er contacten met claimbehandelaars, acceptanten en de juridische afdeling. De voornaamste relaties buiten de eigen werkorganisatie betreffen kontakten met belanghebbende en werkgevers. Arbeidsdeskundigen zijn voor het merendeel verbonden aan de UWV, een particulier verzekeringsbedrijf/letselschadebureau, een (interne) arbodienst of een re-integratiebedrijf. Opzet van de opleiding De beroepsopleiding tot arbeidsdeskundige kent 34 lesdagen, inclusief de examendag. Een uitgebreide beschrijving daarvan vindt u in onze informatiegids. 1. Algemene kennis Deze module gaat in op de verschillende doelstellingen van de functie, de taken van arbeidsdeskundige en de verschillende randvoorwaarden waarmee de arbeidsdeskundige te maken krijgt, afhankelijk van de werkorganisatie: - programmatoelichting en kennismaking - de functie en taken van de arbeidsdeskundige (o.a. beoordeling en re-integratie) - sociale wetgeving - arbeidsrecht - arbowetgeving - producten en polisvoorwaarden binnen particuliere verzekeringen - financiële risico’s voor de werkgever 2. Specifieke kennis In deze module komt de basiskennis aan bod waarover de arbeidsdeskundige dient te beschikken bij het analyseren, beoordelen en oplossen van arbeidsongeschiktheid: - lichamelijke ziektebeelden - psychische ziektebeelden - economische aspecten van bedrijfsvoering - arbeidsmarkt - inleiding CBBS/Functionele mogelijkhedenlijst - medisch adviseur / verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige 3. Analysetechnieken Deze module gaat in op de analytische vaardigheden waarover de arbeidsdeskundige dient te beschikken bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid: - systeemleer - analyse bedrijf/functie/taak en beroepenkunde - ergonomie - re-integratie - workshop belasting/belastbaarheid - workshop re-integratie 4. Sociale en organisatorische vaardigheden De volgende sociale en organisatorische vaardigheden komen aan bod: - interviewtechnieken - communicatie - rapporteren - mediation - organisatiekunde en ondernemersvaardigheden - workshop psychische arbeidsongeschiktheid en re-integratie - ethiek Toelatingscriteria
De cursist beschikt minimaal over een HBO- (of daaraan gelijkwaardig) diploma (zie ook de paragraaf “diploma”). Daarnaast is de cursist bekend met de werkzaamheden van de arbeidsdeskundige. Dit kan doordat hij/zij al werkzaam is als arbeidsdeskundige of werkt bij een organisatie/bedrijf waar in de werkzaamheden arbeidskundige aspecten voorkomen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan re-integratiebedrijven, particuliere verzekeraars, Arbodiensten, UWV, afdelingen HRM van grotere bedrijven, Gemeentelijke Sociale Dienst etc. Werkt de cursist niet in een dergelijke omgeving dan is het volgen van de cursus wel mogelijk, maar worden de rol van de mentor en de stage van groter belang. Voor de uitvoering van de voor- en werkopdrachten kan dan namelijk in mindere mate op eigen ervaringen worden teruggevallen en moeten mentor en stage dit opvangen. Belangstellenden die niet over een HBO- (of daaraan gelijkwaardig) diploma beschikken, maar menen anderszins over voldoende opleiding en werkervaring te beschikken kunnen met ons in overleg treden. In dit verband wijzen wij ook nog op de mogelijkheid van assesment via Hobéon SKO, waarop wij verderop in deze gids nog terugkomen. Docenten De docenten zijn allen werkzaam binnen hun vakgebied en laten zich informeren over relevante nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zijn zij inhoudelijk goed op de hoogte van de eisen die aan een arbeidsdeskundige in de praktijk worden gesteld. Ook beschikken zij over praktische leservaring. Door deze eisen te stellen aan de docenten wordt bereikt dat de opleiding actueel blijft. Mentoren
Mentoren worden op de openingsdag van de cursus uitgenodigd. Zij horen dan wat van hen verwacht wordt Daarnaast is een uitgebreide instructie voor mentoren beschikbaar. Uitgangspunt is dat een mentor een ervaren arbeidsdeskundige is dan wel over voldoende kennis beschikt over wat van een arbeidsdeskundige in de praktijk verwacht mag worden. De mentor dient voorts voldoende tijd te kunnen reserveren voor de individuele begeleiding (80 – 150 uur). De cursusorganisatie kan behulpzaam zijn bij het zoeken naar een mentor. De eventueel daarmee samenhangende kosten zijn een zaak tussen cursist en de mentor. Stage Gedurende de opleiding moet de cursist minimaal 7 dagen stage lopen. Hiervan moeten minimaal 2 dagen stage gelopen worden bij een arbeidsdeskundige werkzaam binnen het UWV, met name om meer kennis op te doen van het CBBS-systeem. Geadviseerd wordt deze stage uit te voeren voordat de lesdag analyse CBBS wordt gegeven. Daarnaast dienen minimaal 5 dagen stage ingevuld te worden bij (een) arbeidsdeskundige(n) werkzaam in een ander werkveld, bijvoorbeeld een particuliere verzekeringsmaatschappij, een Arbodienst, zelfstandig arbeidskundig bureau of bij een arbeidsdeskundige in dienst van een grote werkgever. Binnen deze stage moeten tenminste 2 verschillende soorten arbeidskundige onderzoeken/opdrachten voorkomen, bijvoorbeeld: - een oriënterend/inventariserend arbeidskundig onderzoek met uitgebreide taak/functieanalyse bij een werknemer of een zelfstandige - een afschattend onderzoek waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid moet worden bepaald aan de hand van medische beperkingen - een spiegeling van de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van een jaarcijferanalyse - een werkplekonderzoek hetzij vanuit preventief oogpunt, hetzij in relatie tot een arbeidsongeschikte werknemer - een onderzoek in het kader van de wet verbetering Poortwachter voor het bepalen van de verdere richting in het dossier, spoor 1 of spoor 2 - het bijwonen van een begeleidingsgesprek in het kader van een IRO - het begeleiden van een letselschadeslachtoffer Van de stage dient een stageverslag gemaakt te worden dat opgenomen wordt in het examendossier. De cursusleiding verstrekt bij de studiewijzer een format voor het maken van het stageverslag. Studiebelasting Tijdens de cursus worden ook opdrachten uitgereikt die in de praktijk, binnen bedrijven, uitgevoerd dienen te worden. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met voorbereidingstijd voor de cursusdagen zelf evenals voor de toetsen. De uurbelasting voor een cursist komt daarmee op rond de 550 uur. Het verkrijgen van vaardigheden onder leiding van de mentor binnen het eigen bedrijf valt hier buiten. De beroepsopleiding tot arbeidsdeskundige duurt 10 maanden (exclusief vakanties). EXAMINERING Het systeem van toetsen Tijdens de opleiding tot arbeidsdeskundige maken de cursisten meerdere malen schriftelijke toetsen waarop een beoordeling volgt. Daarnaast maken de cursisten praktijkopdrachten in de vorm van werkstukken en verslagen, welke eveneens worden beoordeeld of van commentaar worden voorzien. Deze werkstukken en verslagen worden met de toetsen verzameld in een portfolio. Gaandeweg de opleiding bouwt elke cursist op deze manier aan zijn/haar persoonlijke dossier. Toelatingseisen tot het examen Om toegelaten te worden tot het examen dient de cursist aan een aantal voorwaarden te hebben voldaan: - De cursist dient alle cursusonderdelen bij te wonen. Onderdelen die de cursist wegens gewichtige redenen niet heeft bijgewoond, dienen in een latere groep te worden ingehaald. - De cursist dient de vooropdrachten, zoals aangegeven in het dossier, te hebben ingeleverd. Als uiterste inleverdatum geldt veertien dagen voor de examendatum. - Alle werkopdrachten moeten twee weken voor het examen met minimaal een voldoende beoordeeld zijn. Bij een onvoldoende beoordeling volgt een herkansing. Alle te beoordelen werkopdrachten dienen minstens vier weken voor het examen ingeleverd te zijn. - Alle schriftelijke toetsen dienen te zijn afgelegd. Het examen Aan het eind van de opleiding vindt het eindexamen plaats. Dit eindexamen bestaat uit het inleveren van een rapportage en een eindgesprek. De cursist heeft de vrije keuze in het inleveren van een rapportage, die uiteraard van zijn hand moet zijn. Deze rapportage is als het ware het meesterstuk van de cursist. Deze rapportage dient uiterlijk 14 dagen voor de examendatum ingeleverd te worden bij de cursusleiding. De rapportage wordt beoordeeld door dezelfde examinator die ook het eindgesprek gaat voeren. De examinator maakt hierbij gebruik van een door IVA Opleiding & Training voorgeschreven beoordelingsmodel. Uiterlijk 2 dagen voor het eindgesprek verneemt de cursist het cijfer voor de rapportage. Het eindgesprek op de examendatum duur maximaal vijf kwartier. De examinator zelf voert het gesprek met de cursist. Elke examinator hanteert daarbij een door IVA Opleiding & Training aangereikt protocol. Het gesprek is gebaseerd op de rapportage en de inhoud van het examendossier, waarbij de interactie tussen cursist en examinator van groot belang is. De examinator let daarbij met name op de drie volgende leervelden: - Kennisaspecten wat weet en kent de cursist; - Relevante vaardigheden wat beheerst en kan de cursist, met welke vermogens; - Professionele attitude hoe is de attitude van de cursist in relatie tot de ontwikkelde expertise Bij deze leervelden gaat om de kennis en de vaardigheden die de cursist zich eigen heeft gemaakt in relatie tot historische en toekomstige ontwikkelingen in het werkveld. Daarnaast is van belang hoe deze hebben bijdragen tot zijn (verdere) professionalisering en de vertaling daarvan in de dagelijkse praktijk. De examinator tenslotte dient rekening te houden met het gegeven dat het vak van arbeidsdeskundige voor een groot deel een ervaringsvak is. Positie en bevoegdheden van de examinator De examinator is onafhankelijk van IVA Opleiding & Training. De examinator heeft een duidelijk aantoonbare vakinhoudelijke relatie met het vak van de arbeidsdeskundige. De examinator functioneert, of heeft gefunctioneerd in een organisatie waarbinnen de arbeidsdeskundige expertise tot de kerncompetenties behoort. De examinator voert het gesprek met de cursist, beoordeelt deze en brengt vervolgens advies uit aan de directie van IVA Opleiding & Training. De advisering en eindbeoordeling vindt plaats in een gezamenlijke vergadering met de examinatoren en de directie van IVA Opleiding & Training, direct na afloop van de examens. De examenuitslag wordt direct na afloop van deze vergadering bekend gemaakt. Afhankelijk van de beoordeling van het examengesprek is de cursist geslaagd, of vindt er binnen zes maanden een tweede beoordeling plaats (herkansing). De herkansing kan een nieuw examengesprek inhouden of een aanvullende opdracht gebaseerd op een vastgestelde omissie in kennis, vaardigheden of attitude. Beoordeling Een cursist slaagt indien: - minimaal 7 dagen stage is gelopen - alle cursusonderdelen bijgewoond zijn (het aanwezigheidscriterium) - alle vooropdrachten ingeleverd zijn; - alle werkopdrachten gemaakt zijn en beoordeeld zijn met een voldoende en alle schriftelijke toetsen afgelegd zijn - het mondelinge examen afgelegd is - het gemiddelde cijfer over de werkopdrachten en de toetsen (weging 1/4), de rapportage (1/4) en het mondelinge examen (1/2) 6 of meer bedraagt. - Hierbij geldt dat een vrijstelling voor een werkopdracht wordt gewaardeerd op een 6. Beroepsmogelijkheden Een cursist kan protest aantekenen tegen een onvoldoende beoordeling van een werkopdracht of schriftelijke toets. In dat geval wordt de werkopdracht of toets door een andere docent opnieuw beoordeeld. Deze laatste beoordeling geldt als definitief. Een cursist kan ook een herkansing aanvragen bij een onvoldoende cijfer van een werkopdracht of schriftelijke toets. Het resultaat van deze herkansing is maximaal een 6. Indien een cursist een herkansing krijgt of zakt voor het examen kan schriftelijk, binnen zes weken, bezwaar aangetekend worden tegen de uitslag. Dit bezwaar wordt door de examencommissie beoordeeld. De cursist mag het bezwaar persoonlijk komen toelichten. Een bezwaar kan ongegrond verklaard worden dan wel (gedeeltelijk) erkend. De cursist kan, na behandeling van het bezwaar, akkoord gaan met de uitspraak van de examencommissie dan wel binnen zes weken een nieuw mondeling examen eisen. Tegen de uitslag van een herkansing na het eerste mondeling examen of een tweede mondeling examen is geen beroep mogelijk. Diploma Cursisten die een voldoende beoordeling halen krijgen een diploma. Wat betreft de waarde hiervan het volgende: Op de kwaliteit van de opleiding wordt door Hobéon SKO (een externe instantie), in samenspraak met de beroepsvereniging voor arbeidsdeskundigen, toezicht gehouden. De door IVA Opleiding & Training gegeven opleiding is erkend door deze instantie. Dit is van belang omdat indien een arbeidsdeskundige als professional gecertificeerd wil worden, deze aan drie eisen moet voldoen: - een HBO diploma of een doctorale bul in de analytische of menswetenschappelijke richtingen - het diploma van IVAO&T (of een gelijkwaardige instantie) - twee jaar beroepservaring als arbeidsdeskundige. Sinds kort is er ook een mogelijkheid om via een assesment aan te tonen dat iemand die niet in het bezit is van bovengenoemd HBO of gelijkwaardig diploma, wel aan de eis van dit niveau voldoet. Kijk voor meer informatie op de site van Hobéon SKO (www.sko-cert.nl). Klik hier om het inschrijfformulier voor deze opleiding te downloaden.
|